Verduurzamingsbudget in de hypotheek
Verduurzamen met hypotheekgeld loopt via drie losse wettelijke gronden: een bedrag dat buiten de toetsing van de financieringslast blijft op basis van uw energielabel (art. 4 lid 4, zonder label € 10.000 volgens lid 5), de 106%-LTV-uitzondering (art. 5 lid 3) en het bouwdepot voor de werkzaamheden. Deze tool rekent alle drie naast elkaar uit — ze combineren, ze tellen niet op.
Rekent in uw browser: uw invoer verlaat deze pagina nooit. De wettelijke tabellen worden geladen met sha-256-integriteitscheck.
Uitkomst
wachtenWettelijke tabellen laden…
Zo wordt gerekend
Grond 1 — toetsvrijstelling: bij energiebesparende voorzieningen mag de aanbieder het bedrag uit de tabel van art. 4 lid 4 bij uw label buiten de toetsing van de financieringslast laten (geen/ongeldig label: € 10.000 volgens lid 5). Grond 2 — LTV: bij meegefinancierde voorzieningen mag de hypotheek tot 106% van de woningwaarde oplopen (art. 5 lid 3); deze tool toont de ruimte tot dat plafond. Grond 3 — bouwdepot: het maatregelenbudget wordt doorgaans via een depot per voortgang uitgekeerd; dat is geldverstrekkerpraktijk, geen wet. De gronden combineren (toetsruimte + LTV-ruimte) maar zijn geen optelsom — en aanbieders mogen strenger zijn.
Deze tool embedden: zet ?embed=1 achter de URL en gebruik hem in een iframe — zie de tools-pagina.