Naar inhoud
Identix.org Vraag het platform

Toetssteen — systematische toetsing van beleidsstukken aan kaders

Toetssteen is een openbare datadienst die wetsvoorstellen en kamerstukdossiers systematisch toetst aan vastgestelde kaders: de Comptabiliteitswet-artikel 3.1-eisen aan financiële onderbouwing, de terugkerende kamervragen bij beleidsstukken, de WRR-kwaliteitseis doenvermogen, het uitvoeringstoets-kader, de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming en de opvolging van adviezen van de Raad van State. Per criterium wordt een vaststelling gedaan met letterlijk citaat, citatiebron, betrouwbaarheidsmaat en volledige herkomst.

Instelling en status. Toetssteen is een gestructureerde datadienst van Identix.org. De dienst levert vaststellingen met citaten, bronnen en berekeningen, doch verleent geen advies en doet geen juridisch oordeel. Aan verdicts kunnen geen rechten worden ontleend; voor juridische beoordeling en besluitvorming zijn de authentieke bronnen en de bevoegde organen beslissend.

1 · Waarom deze dienst bestaat

De Nederlandse wetgever heeft voor zichzelf en voor het kabinet kwaliteitseisen geformuleerd waaraan wetsvoorstellen moeten voldoen. Artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet Rijk verplicht een kader over doelen, instrumenten, kosten, dekking en evaluatie bij besluiten met materiële begrotingsgevolgen; de Handreiking CW 3.1 maakt dat kader verplicht zodra de gevolgen €20 miljoen in enig jaar bedragen. De Aanwijzingen voor de regelgeving en het Beleidskompas stellen eisen aan uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De Wrr betoogt dat doenvermogen van burgers een beleidskeuze moet dragen in plaats van er een bijzin te zijn. De Awb en de Avg eisen zorgvuldige motivering van gegevensverwerking en adviesoplegging.

Duídelijk is die eisen niet nieuw. Wat ontbrak, is een publiek instrument dat vaststelt of en waar een ingediend voorstel aan die eisen voldoet. Tot op heden verliep die vaststelling uitsluitend ambtelijk en ad hoc: een ambtenaar vult tijdens het ontwerpen een vragenlijst in (Uitvoeringsanalyse, Doenvermogentoets, Huf-toets), de Raad van State becommentarieert vóór indiening, en de Kamer stelt vragen ná indiening. De uitkomsten van dat werk zijn verspreid, deels niet openbaar, en — wanneer ze worden gepubliceerd — niet op vergelijkbare of reproduceerbare wijze tot stand gekomen. Voor de buitenwereld, en grotendeels ook voor de Kamer zelf, was een systematische, toetsbare en herleidbare toetsing van een ingediend dossier langs deze kaderregels niet voorhanden.

Toetssteen sluit die leemte. De dienst neemt de kaders niet over — zij normaliseert ze tot machine-leesbare criteria, past ze uniform toe op de openbare dossierstukken, en legt per criterium vast wat is aangetroffen, met welke bewijsplaats en met welke mate van zekerheid. Waar een vaststelling niet mogelijk is, wordt dat eveneens vastgesteld, met reden. Daarmee is de dienst te vergelijken met een telling die aan regels is onderworpen, niet met een oordeel dat aan personen is voorbehouden.

2 · Wat eerder niet kon en nu wel

De onderstaande vaststellingen zijn nieuw in hun combinatie. Voor zover publiek bekend (augustus 2026) levert geen enkele openbare of commerciële dienst een systematische, reproduceerbare kader-toetsing van Nederlandse wetsvoorstellen. De positionering ten opzichte van bestaande instrumenten volgt in het kort onder deze lijst.

Eerder niet of nauwelijks mogelijkNu wel, via Toetssteen
Eén wetsvoorstel langs álle geldende kaderregels leggen (financieel, uitvoerbaarheid, privacy, adviesopvolging) vergde handwerk van specialisten en bleef meestal beperkt tot één kader tegelijk. Eén dienst doorloopt zes genormaliseerde kaders met in totaal 22 criteria in één toets, en vermeldt per criterium de wettelijke of institutionele herkomst van de eis.
De vraag “staat de becijfering van de kosten erin?” kon alleen worden beantwoord door het dossier zelf integraal te lezen; de uitkomst was niet controleerbaar zonder datzelfde werk te herhalen. De dienst stelt per criterium een verdict vast mét het letterlijke citaat, de citatiebron (kamerstuknummer) en een betrouwbaarheidsmaat; elke vaststelling is zonder voorkennis na te lezen op de aangegeven bewijsplaats.
Bedragen in dossiers bleven bedolven in lopende tekst; relevante bedragen en context-bedragen (bijvoorbeeld de totale uitbetalingen van de Dienst Toeslagen) waren niet zonder meer te onderscheiden. De berekeningen (“calcs”) leggen per bedrag vast uit welke zin het komt, met welk bedrag, uit welk stuk — en leggen de drempeltoets (bijvoorbeeld de €20 miljoen-grens van CW 3.1) expliciet voor met alle tussenstappen en een gevoeligheidsanalyse van de extractiemethode.
“Niet aangetroffen” in een toetsing was onvindbaar achteraf: het verschil tussen afwezig, onvoldoende en niet-onderzocht verdween in de samenvatting. Elk rapport kent vier vaststellingen (aanwezig, gedeeltelijk, afwezig, onbepaalbaar), een betrouwbaarheidsmaat per vaststelling, en bij “onbepaalbaar” een verplichte reden — plus een hoofdstuk Beperkingen dat letterlijk opsomt wat níet is geraadpleegd.
Toetsingsuitkomsten van overheidswijze (ambtelijke invulhulpen, adviezen) zijn niet openbaar, niet vergelijkbaar tussen dossiers en niet machine-leesbaar. Elke toets is in één vorm beschikbaar voor burgers (leesbaar rapport), voor onderzoek en journalistiek (citeerbare feiten met bron) en voor software (JSON met integriteits-hash, via de open API).
Het herleiden van een conclusie naar de bron kostte navolging: welke stukken waren gelezen, welke velden waren gebruikt, welke bewerking had plaatsgevonden? Elk rapport bevat een lineage-tabel: per geraadpleegde bron het endpoint, de gebruikte velden, de toepassing (in welke vaststellingen) en de uitgevoerde transformatie — tot op documentniveau.
Vragen naar de Kamer ontstonden ad hoc en waren voor buitenstaanders niet af te leiden uit wat er in het dossier ontbreekt. Per open vaststelling formuleert de dienst een vervolgvraag met verwijzing naar de bevinding die eraan ten grondslag ligt; die vragen zijn herleidbaar en herbruikbaar in wetgevingsoverleg, schriftelijke fase of begrotingsbehandeling.

Positionering ten opzichte van bestaande instrumenten

Er bestaan verwante instrumenten; hun functie is anders en wordt hier eerlijk onderscheiden. De Uitvoeringsanalyse en de Doenvermogentoets (Kenniscentrum voor beleid en regelgeving / Werk aan Uitvoering) en de Huf-toets van de Tweede Kamer zijn vragenlijsten voor beleidsmakers tijdens het ontwerpen van regelgeving: intern, vóór indiening, zonder publicatie van uitkomsten per dossier. Parlementaire monitoringsdiensten (ANP Politieke Monitor, 1848.nl, OpenTk) volgen stukken en stemmingen, maar toetsen geen inhoud aan kaders. De onderzoeksdiensten van de Kamers en het Europees Parlement leveren door mensen geschreven analyses op verzoek, niet een langs vaste criteria genormaliseerde en reproduceerbare toets. Internationaal bieden wetgevings-trackers (GovTrack, LegiScan, FiscalNote, Plural) status, teksten en voorspellingen, en meet het Center for Effective Lawmaking de effectiviteit van wetgevers, niet de conformiteit van wettekst aan kwaliteitseisen. Voor zover publiek bekend combineert geen van deze diensten: genormaliseerde kaders, toepassing op openbare dossiers, verdicts met citaat en bron, gedocumenteerde beperkingen en een open, machine-leesbare uitgifte.

3 · Hoe een toets tot stand komt

Een toets doorloopt vier stappen. Alle stappen gebruiken uitsluitend openbare, officiële bronnen; er wordt geen niet-openbaar materiaal geraadpleegd.

  1. Vaststelling van het dossier. Op basis van het dossiernummer (bijvoorbeeld 36799) wordt het officiële kamerstukdossier opgevraagd uit het gegevensmagazijn van de Tweede Kamer (OData, CC0): titel, citeertitel, status en de complete documentenlijst met soort en datum van elk stuk — van voorstel van wet en memorie van toelichting tot verslag, nota n.a.v. verslag, amendementen en brieven.
  2. Verzameling van de teksten. Van elk document wordt de externe identifier (kamerstuknummer, bijvoorbeeld kst-36799-8) bepaald en wordt de authentieke tekst opgehaald bij de officiële bekendmakingen (KOOP / overheid.nl). Documenten waarvan geen machinaal leesbare weergave bestaat (enkel pdf zonder tekstweergave) blijven in de lijst staan en worden als zodanig gerapporteerd — zij verdwijnen niet stil.
  3. Toetsing per criterium. Elk criterium uit de gekozen kaders kent een toetstype: aanwezigheid (primair of secundair signaal), oordeelsmatig (meerdere signaalgroepen, met een plafond op de betrouwbaarheidsmaat), kwantitatief (bedrag-extractie in kosten-contextzinnen, met expliciete drempelvergelijking) of kruisverwijzend (bron- én verwerkingssignaal). De engine is deterministisch: dezelfde stukken en dezelfde rulesets geven dezelfde uitkomst.
  4. Rapportage. De vaststellingen, berekeningen, kruisverwijzingen, fractie-inbreng, vervolgvragen, citeerbare feiten, herkomst, beperkingen en gebruikssheets worden gebundeld tot één rapport, tegelijk mens-leesbaar (deze website) en machine-leesbaar (de open API).

Niet aan de orde in de machinale toets: adviezen van de Raad van State en van de Autoriteit Persoonsgegevens (deze zijn niet via een open koppelingspunt per dossier machinaal te raadplegen) en begrotingsstaten op artikelniveau. Waar een criterium daarvan afhankelijk is, is de uitkomst “onbepaalbaar” — niet “afwezig” — met vermelding van de reden.

4 · De vier vaststellingen

VaststellingBetekenisBindend kenmerk
AANWEZIG Het gevraagde is in de geraadpleegde stukken aangetroffen. Citaat én citatiebron aanwezig.
GEDEELTELIJK Deels aangetroffen: het signaal bestaat, maar ontbreekt op onderdelen (bijvoorbeeld dekking benoemd, begrotingsartikelen niet). Toelichting noemt wat aanwezig is én wat ontbreekt.
AFWEZIG Niet aangetroffen in de geraadpleegde stukken. Dit is een vaststelling over het gelezen materiaal, niet over de werkelijkheid daarbuiten. Toelichting vermeldt de reikwijdte van het gelezen materiaal.
ONBEPAALBAAR De vaststelling kan verantwoord niet worden gedaan — doorgaans omdat een benodigde bron niet is geraadpleegd of niet machinaal leesbaar is. Verplichte reden (onb), bijvoorbeeld: “adviesdocument niet machinaal leesbaar”.

Elke vaststelling draagt een betrouwbaarheidsmaat (0 tot 1). Oordeelsmatige criteria hebben een plafond (bij het SMART-criterium: 0,80), omdat vaststellingen over meetbaarheid van doelen deels interpretatie vergen. Hoge scores worden alleen toegekend bij sterke, letterlijk citeerbare signalen.

5 · De zes kaders

De kaders zijn genormaliseerde weergaven van bestaande, door de overheid of instellingen vastgestelde eisen. Elke eis-tekst in een rapport is herleidbaar naar het kaderdocument. De actuele criteria zijn machine-leesbaar op te vragen via GET /v1/toetssteen/kaders.

CW 3.1 — kader beleidskeuzes en financiële gevolgen (10 criteria, CW.0–CW.7)
Artikel 3.1 Comptabiliteitswet Rijk en de Handreiking van het Ministerie van Financiën: doelen (inclusief SMART), instrumenten en partijen, financiële gevolgen voor het Rijk en de maatschappelijke sectoren, dekking uit begrotingsposten, doeltreffendheid (beleidstheorie), doelmatigheid (alternatieven) en de evaluatieparagraaf. De €20 miljoen-drempel wordt als kwantitatieve toets uitgevoerd.
Terugkerende kamervragen (3 criteria, BK.0–BK.3)
De vragen die de Tweede Kamer naar vaste praktijk bij elk voorstel stelt: probleemanalyse met oorzaken, omvang en bron; betrokkenheid van belanghebbenden (consultatie, cliëntenraden); overwogen opties inclusief de nuloptie met afvalredenen.
WRR-kwaliteitseis doenvermogen (2 criteria, DV.A–DV.D)
Naar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: doet het beleid recht aan wat burgers aankunnen (kennis, motivatie, kunnen), en is het vooraf met de doelgroep getest (burgertoets, pilot, praktijkproef)?
Uitvoeringstoets-kader (3 criteria, UH.2–UH.4)
Uit de aanpak wet- en regelgeving (Regiegroep Uitvoering): is een formele uitvoeringstoets van de uitvoerders uitgebracht en gepubliceerd, zijn dicta en voorwaarden verwerkt, en is de invoeringstermijn realistisch gegeven de implementatietijd?
Gegevensbescherming (AVG) (3 criteria, DP.1–DP.4)
Voorstellen die verwerking van persoonsgegevens mogelijk maken: identificeerbaarheid van verwerking, grondslag en waarborgen (bezwaar/opt-out, doelbinding, bewaartermijnen, handhavingsverbod), alsmede het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens (artikel 36, vierde lid, AVG).
Raad van State — adviesopvolging (1 criterium, RVS.X)
Grondwettelijke adviesprocedure (artikelen 15 en 82 Gw): is het advies van de Raad van State in het dossier terug te vinden, en zijn de hoofdbezwaren in het nader rapport of de memorie van toelichting geadresseerd?

Actuele criteria uit het register

De onderstaande tabel wordt live samengesteld uit het kaderregister van de dienst (versies en criteria zijn machine-leesbaar via GET /v1/toetssteen/kaders).

Kaders laden…

6 · Wat een rapport bevat

Elke toets wordt uitgegeven in één vaste structuur, ontwikkeld aan de hand van een volledige handmatige referentietoets van wetsvoorstel 36 799 (Wet proactieve dienstverlening SZW). De onderdelen:

OnderdeelInhoud
Bevindingen (findings)Per criterium: id, titel, vaststelling, betrouwbaarheidsmaat, eis-tekst, letterlijk citaat, citatiebron, toelichting, verwijzing naar berekening en — bij “onbepaalbaar” — de reden.
Berekeningen (calcs)Formule, tussenstappen, uitkomst, gevoeligheid van de methode en bronnen; bijvoorbeeld de CW 3.1-drempeltoets met alle gevonden kosten-bedragen per zin en stuk.
KruisverwijzingenVerbanden tussen signalen uit verschillende stukken (bijvoorbeeld adviespunt en verwerking in het nader rapport).
Fractie-inbrengIn het dossier aangetroffen inbreng van fracties, met datum en kamerstuknummer.
VervolgvragenPer open vaststelling een vraag die aan het voorstel of de bewindspersoon kan worden gesteld, telkens herleidbaar tot de bevinding.
Citeerbare feitenLetterlijk overneembare vaststellingen mét bron, bestemd voor publicatie, debat en onderzoek.
Herkomst (lineage)Per geraadpleegde bron: endpoint, gebruikte velden, toepassing, transformatie — inclusief de vermelding van níet gelezen documenten en de reden daarvan.
BeperkingenVerplichte opsomming van wat níet is geraadpleegd en welke methodische grenzen gelden.
GebruikssheetsToelichting per doelgroep: de vrager (Kamer), de beantwoorder (departement), de belanghebbende burger en de journalist-onderzoeker.

7 · Voor wie

De Kamer en haar leden
De vervolgvragen zijn geformuleerd voor gebruik in de schriftelijke fase, het wetgevingsoverleg en de begrotingsbehandeling; elke vraag is herleidbaar tot de onderliggende bevinding en haar bewijsplaats.
Departementen en uitvoerders
De open bevindingen tonen welke onderbouwing ontbreekt en in welk stuk; de gebruikssheet voor beantwoorders benoemt per bevinding welke aanvulling (bedragentabel, artikelnummer, nulmeting, indicatoren) de vaststelling sluit.
Journalistiek en onderzoek
Citeerbare feiten zijn letterlijk overneembaar met bron; het volledige rapport is machine-leesbaar en integriteits-gehashd, zodat eigen analyse en her-toetsing mogelijk zijn.
Burgers en belanghebbenden
Per dossier staat in gewone taal wat het voorstel regelt, welke rechten gelden (bijvoorbeeld bezwaar en opt-out bij gegevensgebruik) en waar alle stukken openbaar zijn na te lezen.

8 · Kwaliteitsborging en grenzen

9 · Uitgevoerde toetsen

Toetsen laden…

De volledige handmatige referentietoets van wetsvoorstel 36 799 (Wet proactieve dienstverlening SZW) geldt als referentie voor de structuur en de diepgang van de rapportage: raadpleeg de referentietoets met alle 22 bevindingen, berekeningen, herkomst en gebruikssheets.

10 · Verzoek om een toets

De dienst kan in beginsel ieder openbaar kamerstukdossier toetsen dat in het gegevensmagazijn van de Tweede Kamer is opgenomen. Verzoeken voor aanvullende dossiers, kaders of diepte-onderzoek (handmatieve toetsing naar het model van de referentietoets) kunnen worden ingediend bij contact@identix.org, onder vermelding van het dossiernummer en het beoogde kader of gebruik. Toetsen van de dienst zijn en blijven vrij raadpleegbaar en machine-leesbaar via GET /v1/toetssteen/toetsen; de API-referentie is opgenomen in de documentatie.

Verantwoording: kaders normaliseren is een verantwoordelijkheid die zorgvuldig wordt gedragen — eis-teksten worden overgenomen uit de kaderdocumenten en per kader met versienummer uitgegeven (zie de kaders-tabel hierboven). Wijzigingen in rulesets zijn zichtbaar in de versiestanden en in de herkomst van elke toets.