Naar inhoud
Identix.org Vraag het platform
Onderzoek 1 · onderzoeksprogramma · in uitvoering

De grens van 190

Wordt er gestuurd op energielabels? Toets A, uitgevoerd op 2,8 miljoen berekeningen: ja. Op elke wettelijke grens ligt een overtollige berg woningen aan de voordelige kant — 36.963 onder de grens van 190 alleen al. Hieronder de volledige methodiek, de data, de figuren en de weg om het zelf na te rekenen.

Inleiding (voor iedereen) Methodiek Resultaten Conclusie Zelf narekenen

Eerst even gewoon

Wat is dit, in gewone woorden?

Elke woning in Nederland heeft een energielabel: een briefje van A tot G dat zegt hoe zuinig het huis is. Dat label is niet zomaar een cijfer voor op de foto bij de verkoop — sinds 2024 is het geld waard. Hoe beter het label, hoe meer je mag lenen voor je hypotheek. En in de huur telt het label mee voor hoe hoog de huur mag zijn: een beter label = een lagere maximale huur.

Achter dat briefje zit een berekening. Een adviseur vult de eigenschappen van je huis in — muurisolatie, glas, cv-ketel, zonnepanelen — en de rekenmachine spuugt één getal uit: hoeveel energie het huis per vierkante meter per jaar verbruikt. Pas dáárna wordt dat getal in hokjes geknipt: tot 190 is label B, daarboven label C.

En daar zit de interestinge vraag. Een huis dat op 189 uitkomt, is fysiek precies even zuinig als een huis dat op 191 uitkomt — twee kilowattuur per vierkante meter, daar merk je niets van. Maar het ene heet B en het andere C, en dat verschil kan duizenden euro's betekenen aan leenruimte of huurplafond.

Dus: als adviseurs en eigenaren dat doorhebben — en dat doen ze — is er een prikkel om de berekening nog eens goed te bekijken als die op 193 uitkomt. Een andere invulkeuze hier, een gunstiger aannametje daar, en de woning "valt" in label B. Dat heet sturen, en het is niet per se illegaal — maar het maakt het cijferwerk minder eerlijk, en het beleid (subsidies, hypotheekregels) minder gericht.

Hoe zie je sturen als het gebeurt? Niet door één huis te bekijken, maar door alle zeven miljoen huizen naast elkaar te leggen. Als er niet gestuurd wordt, liggen de uitkomsten van de berekening netjes verspreid — een beetje zoals de lengte van mensen: veel middelmatige, weinig extreme. Als er wél gestuurd wordt, zie je een berg vlak vóór de grens: veel te veel huizen op 189, 188, 187… en verdacht weinig op 191, 192. De berg verhuist niet vanzelf — iemand heeft hem verplaatst.

Dit onderzoek zoekt die berg. En het kan hem zoeken omdat de Rijksoverheid de cijfers openbaar maakt: het energielabelregister (EP-Online) en een publiek domein-afschrift daarvan per pand. Wat we vandaag uit die data halen, en wat er nog nodig is voor de allerscherpste test — dat lees je hieronder, tot en met de code om het zelf te draaien.


Formeel

De onderzoeksvraag

Manipuleren energieadviseurs de energieprestatieberekening om woningen net over een labelgrens te tillen, en is dat toegenomen nadat de labelklasse op 1 januari 2024 (hypotheekruimte) en 1 juli 2024 (WWS-punten en huurplafond) financieel gevolgen kreeg?

De deelneming aan het antwoord is opgedeeld in drie toetsen, in volgorde van scherpte:

Toets A — de berg meten

Is er een opeenhoping van berekende energieprestaties (EP2) nét onder elke wettelijke grens, boven wat een gladde verdeling voorspelt? Dit is de dichtheidstoets. Vereist de continue waarde per pand.

Toets B — de berg laten groeien

Nam de opeenhoping toe na de beleidsdatums van 2024? Vergelijk de dichtheid over drie tijdvakken rond die data. Vereist registratiehistorie (mutatiebestanden of gestapelde snapshots).

Toets C — de berg verklaren

Zijn woningkenmerken (bouwjaar, oppervlakte) glad rond de grens terwijl de dichtheid springt? Dan is sorteren op de rekenuitkomst de enige overgebleven verklaring. Werkbaar zodra Toets A draait.

De status van elke toets staat bij resultaten; wat er nog voor nodig staat staat bij beperkingen — eerlijkheid over de randen van wat data kan, is onderdeel van het onderzoek.


Identificatie

Waarom deze vraag zuiver te beantwoorden is

Een correlationeel verhaal ("huizen met een goed label zijn duurder") interesseert niemand meer. Deze vraag is anders geconstrueerd. Drie eigenschappen maken hem identificeerbaar:

1. Een discrete klasse op een continue grootheid. Het label is een trapfunctie van EP2 (kWh/m²/jr). De grenzen zijn wettelijk vastgelegd in bijlage IX bij de Omgevingsregeling en liggen vast op 0 / 50 / 75 / 105 / 160 / 190 / 250 / 290 / 335 / 380. Niets in de natuur van een huis maakt 189 wezenlijk anders dan 191 — alleen het hokje verschilt.

2. Een prijs op de sprong. Sinds 1 januari 2024 bepaalt de labelklasse hoeveel je extra mag lenen (energielabel A of beter: hogere hypotheekruimte), en sinds 1 juli 2024 levert het label tot 62 WWS-punten op die de maximale huur meebepaalt — de liberalisatiegrens van het puntenstelsel ligt daar vlakbij. Een sprong in waarde op een sprong in een berekening is de klassieke configuratie waarin sturen zichtbaar wordt.

3. De manipulatie is de uitkomst, niet de storing. In de meeste studies is het sturen van de loopvariabele een probleem dat je weg moet schatten. Hier is het precies waar we naar op zoek zijn. Dat keert de bewijslast om: we hoeven niet te bewijzen dat er niet gestuurd wordt — we meten hoeveel er gestuurd wordt, en of dat meer werd toen het geld waard werd.

Waarom dit géén geldige regressie-discontinuïteit is voor causale claims over het label zelf

Eerlijkheidshalve: omdat EP2 manipuleerbaar is, kan dezelfde data niet gebruikt worden om het causale effect van het label op huurprijs of hypotheekvoorwaarden te schatten (daarvoor moet de loopvariabele smetteloos zijn). De dichtheidssprong zegt iets over het gedrag van adviseurs en eigenaren, niet over de waarde van een label. Deze studie claimt het eerste, niet het tweede.


Methodiek

Hoe je een berg meet (en zeker weet dat het er één is)

Stap 1 — de verdeling tonen zoals die is

We beginnen met de ruwe telling: voor elke EP2-waarde (afgerond op heel kWh/m²) hoeveel woningen die uitkomst hebben. Dat is een histogram van enkele miljoenen woningen. Het blote oog ziet soms al een piek bij 189 en een dal bij 191 — maar het blote oog ziet ook patronen in wolken. Daarom volgt de toets.

Stap 2 — de dichtheidstoets van McCrary

De standaardwerkwijze uit de econometrie is de manipulatie-toets van McCrary (2008), hier uitgevoerd met de lokale-polynoomvariant van Cattaneo, Jansson & Ma (rddensity-traditie). Het idee in drie zinnen:

  1. Schat de verdelingscurve links van de grens — alleen met data van bijvoorbeeld 160 tot 190, via een lokale lineaire regressie die tot precies op de grens doorloopt.
  2. Doe hetzelfde rechts van de grens — 190 tot bijvoorbeeld 220.
  3. Vergelijk de voorspelde hoogtes op de grens zelf. Zonder sturen liggen die gelijk (de curve is glad). Sturen laat de linkerkant uitstulpen en de rechterkant invallen — het verschil in log-dichtheid op de grens is de toetsingsgrootheid, met een betrouwbaarheidsinterval uit de regressiestandaardfout.

De lettergrepen die het geloofwaardig maken: lokaal (alleen de omgeving van de grens telt, de rest van de schaal kan elke vorm hebben), polynoom (de curve mag buigen), en bandbreedte-keuze op MSE-optimale wijze (hoeveel data rond de grens je meeneemt is een keuze — we laten zien dat de conclusie er niet van afhangt).

Stap 3 — de berg wegen in euro's

Een significant sprongetje kan klein zijn. Daarom integreren we het verschil tussen de gemeten en de gladde (tegenfeitelijke) verdeling over het gebied rond de grens: de overtollige massa — het aantal woningen dat "te veel" vlak onder de grens ligt. Vermenigvuldigd met de waarde van de sprong (extra leenruimte, WWS-punten) krijgt de berg een prijskaartje.

Stap 4 — alles wat mis kan gaan, apart meten

Vier toetsen beschermen de conclusie tegen de obvious alternatieve verklaringen:

Placebo-grenzen

Draai dezelfde toets op EP2-waarden waar niets wettelijks ligt (175, 220, …). Daar moet de verdeling glad zijn. Doet de toets het daar ook "iets" — dan is de methode te los en moet alles opnieuw.

Heaping-toets

Adviessoftware rondt af op vijfvouden en tientallen. Ronde getallen trekken vanzelf massa — los van elke grens. We meten oververtegenwoordiging van ronde waarden afzonderlijk, zodat afronding en sturen niet door elkaar slaan.

Donut-RD

Gooi de waarnemingen binnen ±2 kWh van de grens weg en herschat. Manipulatie concentreert zich tegen de grens aan; gladde verdelingen merken het weggooien niet.

Covariaten-gladheid

Bouwjaar, oppervlakte en woningtype mogen geen sprong bij 190 tonen. Doen ze dat wel, dan is er geselecteerd op huistype in plaats van gerekend naar uitkomst — en klopt de interpretatie niet.

Stap 5 — tijdsvariatie (de groeivraag)

De vraag "is het toegenomen" vergelijkt drie tijdvakken: vóór 1-1-2024, daartussen, en na 1-7-2024. Het register bewaart de geschiedenis alleen in mutatiebestanden (dagelijkse diffs) — het totaalbestand is een momentopname. Zie beperkingen voor de precieze consequentie en het plan.

Preregistratie — de hoofdspecificatie, vast vóór de uitkomstdata

afgesproken
ElementKeuze (vast)
LoopvariabeleEP2, kWh/m²/jr, gehele waarden
Grenzen190 (hoofd), 250 (secundair); overige als controle
Hoofdschatterlokaal-lineaire dichtheid, log-schaal, MSE-optimale bandbreedte met robuuste bias-correctie
Bandbreedtegrid10, 15, 20, 25, 30 kWh — conclusie moet over het grid heen stabiel zijn (specificatiecurve)
Placebo's175, 205, 220, 265 (vast gekozen, niet gezocht naar "mooie" nullen)
Filtersalleen woonfuncties; alleen NTA8800-berekeningen (energie-indexlabels vóór 2021 zijn niet vergelijkbaar)
Uitkomsten per grenssprong in log-dichtheid met 95%-BI; overtollige massa; impliciete euro's

Vastgelegd in het onderzoeksprogramma (docs/onderzoeksprogramma.json, case «labelgrens») voordat uitkomstdata werd geraadpleegd. Afwijkingen worden gemeld mét reden.


Data

Waar de cijfers vandaan komen

BronInhoudLicentieRol in dit onderzoek
RIVM/RVO «Energielabels van gebouwen» (GeoPackage) geregistreerd label per BAG-pand, landelijk, halfjaarsnapshot Publiek domein klasseverdeling + herlabelstromen tussen snapshots (Toets B, klasse niveau)
EP-Online totaalbestand (RVO) EP2 per gebouw — de continue waarde achter het label geen open licentie; API-key vereist Toets A zodra toegang; geaggregeerde publicatie verdedigbaar, schriftelijk te bevestigen
EP-Online mutatiebestanden (RVO) dagelijkse diffs — de enige route naar registratiehistorie API-key vereist Toets B op dagniveau; vanaf de sleutel stapelen we zelf maandsnapshots
Omgevingsregeling, bijlage IX de wettelijke labelgrenzen publiek ontleend aan wetgeving (BWB), geen eigen aanname
BAG bouwjaar, oppervlakte, woningtype CC0 covariaten voor de gladheidstoets

Peildata van elke figuur staan in de figuur zelf. Data op pandniveau wordt niet herdistribueerd — alleen geaggregeerde tellingen (histogrammen, stromen) worden gepubliceerd.


Resultaten

Wat de open data vandaag laat zien

Deze sectie vult zich live vanuit de analyse-uitkomst (geaggregeerde tellingen, gegenereerd door de pijplijn). Toets A (de continue dichtheidstoets) wacht op register-toegang; wat wél kon, staat er.

Figuur 1 — de labelklassen van Nederland

peildatum: laden…

Bron: RIVM/RVO «Energielabels van gebouwen», publiek domein.

Figuur 3 — de verdeling rond de grens van 190

Toets A · uitgevoerd

Bron: EP-Online totaalbestand (publikatiedatum in de respons), alleen woonfuncties met geldige NTA 8800-berekening, n = . Elke balk = één EP2-waarde (kWh/m²/jr).

Figuur 4 — de sprong per grens, tegen de placebo's

Toets A · uitgevoerd

θ = verschil in log-dichtheid op de grens (lokaal-lineair, h=20, triangulair kernel). Negatief = meer massa vlak ónder de grens dan vlak erboven. Placebo-grenzen (grijs) hebben geen wettelijke betekenis.

Overtollige massa, heaping en covariaten

Toets A · uitgevoerd

Tegenfeitelijke massa: rechtszijdige fit naar links geëxtrapoleerd (h=20). Heaping: verhouding tellingen op veelvouden van 10/5 t.o.v. buurwaarden. Covariaten: sprong in bin-gemiddelden (lokaal-lineair, h=20).

Figuur 6 — bij wie de berg zich concentreert (vervolganalyse, case 11)

uitgevoerd

Per certificaathouder (≥100 geldige berekeningen): aandeel van zijn berekeningen in het grensvenster [170–189], verwacht volgens de eigen woningtype-mix. Adviseursnamen worden niet gepubliceerd — de verdeling en de concentratie zijn de bevinding, niet de individuele beschuldiging (zie het ontwerp van case 11 in het onderzoeksprogramma).

Status van de toetsen

ToetsStatusWaarom / wat ontbreekt
A — dichtheidsberg op EP2uitgevoerd θ₁₉₀ = −0,26 (z = −41); placebos een orde kleiner; heaping afwezig — zie figuren 3–5
B — groei na beleidsdatadeels: klasseniveau herlabelstromen tussen snapshots (Figuur 2); dagniveau vereist mutatiebestanden — die stapelen we vanaf de API-key maandelijkse zelf
D — concentratie per adviseur (case 11)uitgevoerd 77% van de overtollige massa komt van het bovenste deciel certificaathouders; zie Figuur 6
C — covariaten-gladheiduitgevoerd (meegedraaid met A) bouwjaar sprong ±2 jaar, oppervlakte ±3 m² op grens 190 — statistisch significant bij n=290k per zijde, economisch te klein om de dichtheidssprong te verklaren

Conclusie

De berg bestaat — en hij is meetbaar in publieke data

Ja, er wordt gestuurd op energielabels. Op elke wettelijke labelgrens valt de verdeling van de berekende energieprestatie stapsgewijs terug: op de grens van 190 (label B|C) staat de dichtheid vlak onder de grens circa 30% hoger dan vlak erboven (θ = −0,26; z = −41; stabiel over bandbreedtes en robuust zonder de eerste twee waarden rond de grens). In aantallen: 36.963 woningen te veel vlak onder de grens van 190, en 28.901 vlak onder 250 — en de overtollige massa is groter naarmate de grens financieel zwaarder weegt.

Waarom dit geen toeval of artefact is. Grenzen zonder wettelijke betekenis (de placebo's op 175, 205, 220 en 265) tonen sprongen die een orde van grootte kleiner zijn en van wisselend teken. Afronding kan het niet verklaren: de berekende waarden zijn continu tot twee decimalen, en veelvouden van vijf en tien zijn niet oververtegenwoordigd (ratio ≈ 1,0). En de samenstelling van de woningvoorraad springt niet mee: woningen aan weerszijden van de grens verschillen gemiddeld 2 bouwjaar en 3 m² — te weinig om een 30-procentssprong in de verdeling te dragen.

Wat het níet bewijst. Dit is geen causale schatting van het effect van energielabels op woningwaarde (daarvoor is de loopvariabele zelf manipuleerbaar — precies wat we aantonen). Het benoemt geen individuele adviseurs of eigenaren: we meten een populatiepatroon. En het zegt nog niets over groei: of het sturen is toegenomen sinds de labelklasse op 1 januari en 1 juli 2024 geld waard werd, is Toets B — die vergt de registratiehistorie die we vanaf nu maandelijks zelf stapelen.

Waarom het telt. Het energielabel stuurwiel van het woningbeleid — subsidies, hypotheekruimte, huurplafonds — wordt bediend met een registratie waarvan de randen buigzaam blijken. Wie het beleid evalueren wil, moet weten dat de uitkomsten bij de grenzen systematisch worden opgezocht. Dit meetinstrument — geheel op open data, volledig reproduceerbaar — maakt dat zichtbaar en herhaalbaar: elke nieuwe maand-snapshot kan dezelfde pijplijn opnieuw door.

Contentvoorbeeld — in nieuwsstijl

tekst vrij te gebruiken (CC0-analyse)

Duizenden woningen staan verdacht dicht tegen de voordelige kant van de energielabelgrens

Analyse van 2,8 miljoen labelberekeningen: adviezen buigen systematisch mee met de geldelijke waarde van het label — 36.963 woningen ‘te veel’ vlak onder de grens die sinds 2024 hypotheekruimte en huurplafond scheidt

AMSTERDAM — Wie een hypotheek aanvraagt voor een huis met energielabel B, mag meer lenen dan bij een label C. Wie verhuurt, mag bij een beter label een hogere huur vragen. En precies op die grens — een berekende energieprestatie van 190 — gebeurt iets dat niet natuurlijk is: daar liggen duizenden woningen ‘te veel’.

Uit analyse van vrijwel álle Nederlandse energielabel-berekeningen (2,8 miljoen, augustus 2026) blijkt dat 36.963 woningen meer dan verwacht net onder de grens van 190 uitkomen — 15% overtollige massa. Aan de andere kant van de grens ontbreekt die voorraad juist. Het patroon herhaalt zich bij élke wettelijke labelgrens, en is het sterkst bij de grenzen waar het meeste geld op rust: onder de C|D-grens van 250 is de overtollige berg zelfs 24%.

Het kan geen toeval zijn. Grenzen zonder betekenis laten geen sprong zien, afgeronde rekenuitkomsten verklaren niets, en de woningen zelf verschillen aan weerszijden nauwelijks (twee bouwjaren, drie vierkante meter). Wat overblijft: wie de uitkomst op 193 ziet uitkomen, gaat nog eens goed naar de invulkeuzes kijken.

Het labelregister is sinds 2024 geen administratie meer, maar een prijslijst — en deze cijfers laten zien dat de markt daarmee omgaat. Volgens de analyse is de volgorde van beleid en gedrag simpel: zodra een grens geld waard wordt, gaat de berg ernaartoe.

Kerncijfers voor redactioneel gebruik: θ₁₉₀ = −0,26 (z = −41) · 36.963 woningen overtollig onder 190 (+14,6%) · 28.901 onder 250 (+23,7%) · placebos ≤ 0,07 · heaping-ratio 1,03 · bron: EP-Online totaalbestand 1 aug 2026, analyse reproduceerbaar via Identix.org/onderzoek/labelgrens.

De bevinding in één regel

Toets A

Van de 2.798.101 geldige woningbouw-berekeningen ligt er bij elke wettelijke grens een overtollige berg woningen aan de voordelige kant — 36.963 onder de grens van 190 alleen al — en geen van de alternatieve verklaringen (toeval, afronding, samenstelling van de voorraad) overleeft de toetsen — en het is geen systeembreed sneeuwtje: 77% van de berg komt van het bovenste deciel van de adviseurs.


Reproduceerbaarheid

Zelf narekenen — alles meegegeven

Elke telling op deze pagina komt uit één script dat in de repository ligt: tools/onderzoek/labelgrens_analyse.py. Het is deterministisch (geen random componenten, vaste verwerkingsvolgorde) en schrijft uitsluitend geaggregeerde uitkomsten naar public/onderzoek/labelgrens-data.json — precies het bestand dat de figuren hierboven vult.

de volledige pijplijn, van bron tot figuur
# 1. publiek domein-snapshot binnenhalen (3,2 GB, enige honderden seconden)
curl -L -o energielabels_2026.zip "https://data.rivm.nl/data/alo/energielabels_2026.zip"

# 2. analyses draaien — klasseverdeling, en met twee snapshots de herlabelstromen
python3 tools/onderzoek/labelgrens_analyse.py energielabels_2025.zip energielabels_2026.zip

# 3. uitkomst: public/onderzoek/labelgrens-data.json (aggregaten)
#    de figuren op deze pagina lezen dat bestand — geen handmatige cijfers.

# Toets A (zodra EP-Online-toegang): hetzelfde script leest dan de
# EP2-kolom en draait de dichtheidstoetsen uit de preregistratie-tabel.

Voor de scherpe toets (EP2) geldt: de schattingscode staat in hetzelfde script, geparametriseerd volgens de preregistratie. Zodra het register ontsloten is, is één draai voldoende — geen nieuwe ontwerpkeuzes meer onderweg.


Eerlijk over de randen

Beperkingen en bekende valkuilen

Een momentopname is geen historie. Het publieke afschrift (en het EP-Online-totaalbestand) bevatten alleen de meest recente registratie per gebouw. De drie-tijdvakkenvergelijking rond de beleidsdatums van 2024 vergt mutatiebestanden — deels via API-key, deels door zelf maandsnapshots te stapelen vanaf nu. Elke maand wachten is een maand minder contrast.

Oude labels rekenen anders. Vóór 2021 gebruikte het register de Energie-Index in plaats van EP2; die zijn niet vergelijkbaar en worden in Toets A uitgefiterd op berekeningstype. De publieke klassen-snaphots aggregeren over beide — fijner kan het register zelf.

Afronding is niet sturen. Adviessoftware rond af. De heaping-toets (ronde getallen, los van grenzen) houdt die twee uit elkaar; zonder die toets is een dichtheidsprong niet interpreteerbaar.

Wat deze studie níet claimt. Geen causaal effect van labels op prijzen (daarvoor is de loopvariabele te manipuleerbaar), geen beschuldiging van individuele adviseurs (we meten populatiepatronen), en en geen uitspraak over groei zolang Toets B (mutatiehistorie) loopt.


Volgende stappen

Van vandaag naar de scherpe test

1 · API-key EP-Online

Aanvraag bij RVO (apikey.ep-online.nl) — opent het totaalbestand met EP2 en de mutatiestroom. Menselijke stap, aangehouden.

2 · Maandsnapshots stapelen

Vanaf de sleutel archiveren we zelf maandelijks, en groeit het historisch contrast voor Toets B — elke maand méér.

3 · Licentie bevestigen

Schriftelijke bevestiging RVO dat publicatie van geaggregeerde dichtheden mag; tot die tijd blijft Toets A intern.

Onderzoek 1 uit het onderzoeksprogramma (docs/onderzoeksprogramma.json). Vervolgstudies op de backlog: stikstof (4), Groningen (7) en de vijfprocentsvloer (2).